Brief Beter spoor Noord en Oost Nederland

Aan:     Provinciale Staten van  Fryslân, Groningen,
Drenthe en Overijssel
Gedeputeerde Staten van Fryslân, Groningen,
Drenthe en Overijssel

 

Onderwerp: “Sterk verbeterde spoorverbindingen tussen Noord- en Oost-Nederland en de Randstad”

 

Leeuwarden 24-5-2013

 

Geachte Statenleden,

 

Er was eind vorig jaar goed nieuws. Met het in gebruik nemen van de Hanzelijn eindigt de spoorlijn Weesp – Almere – Lelystad (de Flevolijn) niet meer in Lelystad, maar is er via de Hanzelijn een nieuwe doorgaande spoorverbinding ontstaan tussen het Noord-Nederland en de Randstad. Een groot deel van de reizigers tussen het Noorden en de Randstad maakt reeds van deze route gebruik. Toch is de reistijd tussen Noord-Nederland en het Randstedelijk gebied ondanks de aanleg van de “Hanzelijn” en de technologische ontwikkelingen in de afgelopen 60 jaar niet of nauwelijks verbeterd. Sterker nog: in bepaalde gevallen is de reistijd ten opzichte van 1952 langer geworden. Het risico is dat Noord-Nederland door haar relatief geïsoleerde ligging een achterblijvende economische ontwikkeling zal kennen.

 

Het belang voor Noord- en Oost-Nederland
Er zijn mogelijkheden om de relatieve bereikbaarheid van Noord-Nederland te verbeteren, de positie van spoorknooppunt Zwolle te verbeteren en tevens Oost-Nederland van de Hanzelijn te laten profiteren. Aangezien de Hanzelijn is uitgerust met het ERTMS-systeem zou de snelheid op dit baanvak verhoogd kunnen worden naar 200 km/h in plaats van de huidige 140 km/h. De huidige vervoerder op het Hoofdrailnet (HRN), de Nederlandse Spoorwegen, heeft haar Intercity-materieel niet uitgerust met ERTMS maar gebruikt het verouderde ATB Eerste Generatie. Om überhaupt te kunnen profiteren van de hoge maximumsnelheid waarvoor de Hanzelijn is gebouwd, is het noodzakelijk dat de NS alsnog haar treinen uitrust met ERTMS of dat er een andere vervoerder de Hanzelijn gaat exploiteren en die bereid is om met ERTMS-geschikt spoorwegmaterieel te gaan rijden.

Aansluitend op de Hanzelijn zou tussen Leeuwarden/Groningen en Zwolle met behulp van het ERTMS-systeem de maximumsnelheid kunnen worden verhoogd. Dit vraagt echter wel een langetermijnvisie, omdat dit alleen kan op trajecten zonder overwegen. Bij het bepalen van de prioritering van het opheffen of ongelijkvloers maken van overwegen zou hiermee rekening moeten worden behouden. Daarnaast kunnen de huidige snelheidsbeperkingen zoals de bogen bij Meppel en Hoogeveen kunnen worden verminderd door de bogen ruimer en vloeiender te maken. Tot slot is het van groot belang om het capaciteitsknelpunt tussen Zwolle en Herfte aan te pakken, bij voorkeur door de Vechtdallijn “los te leggen”  van de sporen van/naar Meppel. Door de beperkte capaciteit bij Herfte staan de Intercity’s van/naar Leeuwarden nu lang in Zwolle stil, omdat de trein van/naar Emmen in de weg zit.

 

Ook Oost-Nederland zou meer kunnen profiteren van de Hanzelijn. Wij juichen toe dat de provincie Overijssel kijkt naar elektrificatie van de spoorlijn Zwolle-Wierden. Het is echter ook van belang om bij de aanstaande decentralisatie en aanbesteding van deze spoorlijn het niet onmogelijk wordt gemaakt om naast regionale stoptreinen Zwolle-Almelo-Enschede óók doorgaande Intercitytreinen via deze route te laten rijden. Gedacht kan worden aan de Intercity Amsterdam-Hengelo-Berlijn, die in plaats van via Amersfoort in de toekomst net zo goed via Zwolle zou kunnen rijden. Deze trein zal over enige tijd met Duits ICx-materieel worden gereden dat is uitgerust met ERTMS en voor 230 km/h zal zijn toegelaten. Deze trein zal probleemloos met 200 km/h over de Hanzelijn kunnen rijden. Via Zwolle-Wierden en de Hanzelijn zal deze trein sneller zijn dan via de huidige route via Deventer en Amersfoort, waarbij bovendien de verbinding tussen Noord-Nederland en Berlijn aanzienlijk wordt verbeterd.

 

Onze oproep
Wij als Werkgroep Spoor in Friesland roepen hierbij  de vier provincies op de navolgende actiepunten over te nemen in het beleid en voor zover deze reeds in het beleid zijn opgenomen onze brief te beschouwen als steun voor spoedige uitvoering hiervan:

  1. Snelle aanpak van de problematiek Zwolle-Herfte middels aanleg vrij liggende sporen voor de spoorlijn Zwolle – Emmen.
  2. De NS en het ministerie van I&M aansporen zo spoedig mogelijk IC-materieel met ERTMS uit te rusten, of anders te zoeken naar een andere exploitant die daartoe wél bereid is.
  3. Verhogen baanvaksnelheid spoorlijn Zwolle – Groningen / Leeuwarden door aanleg ERTMS, opheffen overwegen en boogverruimingen.
  4. Project verbeteren capaciteit Flevolijn (OV-SAAL) politiek-bestuurlijk ondersteunen.
  5. Zwolle – Leeuwarden ieder uur 2 intercity’s en 2 sprinters.
  6. Elektrificatie spoorlijn Zwolle-Wierden en deze route na aanbesteding beschikbaar houden voor doorgaande reizigerstreinen.
  7. De Intercity Amsterdam-Berlijn na komst ICx-materieel via de Hanzelijn en indien mogelijk via het dan geëlektrificeerde baanvak Zwolle-Wierden routeren.

 

Door deze maatregelen zullen Noord-Nederland en Overijssel beter bereikbaar zijn waarmee de relatieve economische positie in Nederland wordt verbeterd. Treinreizigers profiteren bovendien van snellere verbindingen.

 

Hoogachtend,

M. van der Veen

Voorzitter Werkgroep Spoor in Friesland