Inspreektekst Werkgroep Spoor in Fryslân

Voorzitter,
Dank u voor het woord. Ik ben Arthur Kamminga en spreek hier in namens de “Werkgroep Spoor in Fryslân”. Deze werkgroep wil de mogelijkheden van het spoorvervoer in Fryslân onder de aandacht brengen van de politiek en het bestuur. Wij zijn geen belangengroep van treinreizigers of een andere doelgroep, maar richten ons op het algemeen belang van goed spoorvervoer voor alle inwoners van Fryslân.
Wij hebben u begin dit jaar een notitie gestuurd genaamd “Fryslân op het juiste spoor”, waarop we helaas nog geen enkele reactie van het College hebben mogen ontvangen. In onze notitie geven wij u een overzicht van de mogelijkheden om de kwaliteit van alle Friese spoorlijnen te verhogen. Wij zijn van mening dat de provincie Fryslân meer op een integrale manier naar de mogelijkheden van het spoorvervoer moet kijken. Nu worden de diverse projecten los van elkaar bekeken. Een paar kleine maatregelen op het spoor naar Groningen om een tweede sneltrein mogelijk te maken, op termijn meer treinen naar Zwolle. Wij missen echter een integrale visie. Zo ook bij de investeringsagenda Heerenveen-Drachten, wat toch het alternatief moet zijn voor de afgeblazen spoorlijn Heereveen-Drachten-Groningen.
Wij vinden dat het verbeteren van het openbaar vervoer er in deze investeringsagenda er mager af komt. Een parkeerplaats met luxe bushalte bij Drachten (“Transferium”) als alternatief voor de spoorlijn Heerenveen-Groningen. Is het ambitieniveau in Fryslân dan écht zó laag? Wij missen wederom een visie. Een integrale visie, ook voor de lange termijn. Als de provincie niet met een visie komt, dan komen we zélf met een visie. En zo komen we terug bij onze notitie.
Slim investeren betekent óók kijken naar de opbrengsten!
Ons valt op dat in de investeringsagenda vrijwel geen aandacht is voor opbrengsten; er wordt slechts gekeken naar de kosten. Een kenmerk van een investering is dat het ook iets oplevert. Hier wordt voor miljoenen aan geld uit te geven zonder überhaupt een inschatting te maken van wat dit oplevert. Bij veel projecten is onduidelijk wat de “return” is van de investeringen; de opbrengsten zijn in ieder geval niet gekwantificeerd, wat de verschillende projecten onderling moeilijk vergelijkbaar maakt.
Het is jammer dat maar een klein deel van het geld van het afblazen van de spoorlijn Heereveen-Drachten-Groningen wordt besteed in datgene waarvoor dit bedoeld was: het verbeteren van de OV-ontsluiting op deze corridor. De provincie grijpt in haar argumentatie terug op de doelstelling van het RSP (“economische structuurversterking”) en gebruikt dit als belangrijkste criterium voor de projecten. Daarmee wordt veel geld dat bedoeld was voor investeringen in het OV nu gebruikt voor hele andere zaken, tot aan de inrichting van een scholencampus aan toe.
Bij de OV-projecten is eveneens geen aandacht voor de opbrengsten-kant. Er zijn echter een aantal OV-projecten mogelijk die de structurele exploitatiekosten van het OV-verlagen. Het gaat hier dan met name om projecten die de rijtijd verkorten. Dit soort projecten zijn verstandig en zouden de voorkeur moeten hebben.
Het project OV-component A32-zone Heerenveen is nou juist zo’n project en is het bovendien enige project dat echt de reistijd per OV van/naar Drachten verkort. De busroute in Heerenveen is nu onlogisch en tijdrovend, zeker voor Qliner 315 die 2x dezelfde route aflegt. Het verkorten van de reistijd voor het OV levert een structureel exploitatievoordeel op. Het is daarom onbegrijpelijk dat juist dit project geschrapt lijkt.
Er zijn ook mogelijkheden om met een transferium bij Drachten de kosten van het OV op de verbinding Heereveen-Drachten Groningen te verlagen. Qliner 315 Heerenveen-Groningen passeert Drachten via de A7 maar stopt daar niet. De verbinding naar Drachten vanuit Heereveen wordt verzorgd door Qliner 310, vanuit Groningen met Qliner 304 en 314. Dit betekent dat er vaak verschillende Qliners achter elkaar over de A7 rijden, wat met name in de daluren inefficiënt is. Er is geld op de exploitatie te besparen door een soort treinhalte-achtige bushalte direct aan de A7 aan te leggen waar lijn 315 zonder al te veel tijdverlies kan halteren, waardoor lijn 310 en 314 in de daluren kunnen vervallen.
Dat zijn verstandige investeringen: eenmalige middelen inzetten om structurele kosten te verlagen. De OV-investeringen die de Werkgroep Spoor in Friesland in het document Fryslân op het juiste spoor heeft voorgesteld leiden ook vaak tot verlaging van de exploitatiekosten. Snelheidsverhoging betekent een kortere ritduur en daardoor minder “dienstregelingsuren” die betaald moeten worden. Elektrificatie van de Noordelijke Nevenlijnen betekent dat de exploitatiekosten van de trein substantieel omlaag kunnen. Zeker nu de “rode diesel” voor treinen is afgeschaft is het kostenvoordeel van een elektrische trein oven een dieseltrein steeds groter geworden. De verwachting is dat dit in de toekomst verder zal gaan oplopen, doordat elektriciteitsprijzen naar verwachting minder zullen stijgen dan dieselprijzen. Elektrificatie is dus gewoon een verstandige investering.
Het is een gemiste kans dat dit soort “verstandige investeringen” die wij hebben aangedragen niet zijn meegenomen in de Investeringsagenda. Een ook bij de projecten die wél in de investeringsagenda staan is er geen aandacht voor in hoeverre deze investeringen verstandig zijn, laat staan iets opleveren.

 

Dank u Voorzitter.